Safety Hub

Veelgestelde vragen aan de Axelent Safety Group

Stel uw vraag aan de Axelent Safety Group

Machineveiligheid is niet altijd eenvoudig. Daarom hebben we de vragen die we het vaakst van onze klanten krijgen verzameld. Vindt u hieronder uw vraag niet, stuur ons dan een e-mail via het onderstaande formulier en wij beantwoorden ze zo snel mogelijk!

Veelgestelde vragen - algemeen en eenvoudig



Wat is de minimale hoogte van veiligheidshekken?

1400 mm, want dan kan er niet zomaar overheen worden gesprongen. 1000 mm is toegestaan, maar alleen als er aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn (bijv. detectie van personen die het gevarengebied betreden door middel van een lichtgordijn of laserscanner), zie EN ISO 13857.


Wat is de maximale afstand tussen de vloer en de onderrand van veiligheidshekken?

180 mm staat vermeld in EN ISO 13857. Volgens EN ISO 11161 voor geïntegreerde productiesystemen is echter 200 mm toegestaan. Het is veiliger om voor 180 mm of minder te kiezen (standaard 100 mm bij X-Guard) om te voorkomen dat personen per ongeluk in een gevarenzone onder een hek kunnen glijden.


Wanneer hebben delen van een hek zogenaamde no-loss bevestigingsmiddelen nodig?

Een no-loss bevestigingsmiddel blijft verbonden met het verwijderde paneel of de staander. No-loss bevestigingsmiddelen zijn verplicht wanneer het beveiligingselement moet worden verwijderd voor geplande werkzaamheden, zoals periodiek onderhoud (EN ISO 14120). In dergelijke gevallen worden bevestigingsmiddelen routinematig verwijderd en kunnen ze dus verloren gaan. Axelent X-Guard is voorzien van snelsluitingen die alleen met speciaal gereedschap kunnen worden geopend (de X-Key). Alle onderdelen van de snelsluiting blijven echter stevig verbonden met de hekonderdelen.

Wanneer heeft een deur in een veiligheidshek een beveiligingsschakelaar nodig?

Dit kan worden bepaald aan de hand van twee vragen (op basis van EN ISO 14120 paragraaf 6.4.4):

  • Waarom gaan mensen naar binnen? Is een standaardbedrijfsprocedure of het verhelpen van frequente fouten de reden voor toegang, dan moet de deur worden beveiligd. Is onderhoud, reparatie of het verhelpen van minder frequente fouten de reden voor toegang, dan is een beveiligingsschakelaar niet nodig. Maar als er geen schakelaar is, mag het niet mogelijk zijn om de deur te openen zonder gereedschap of sleutel.
  • Hoe vaak gaan mensen naar binnen? Ook als toegang alleen nodig is voor onderhoud, reparatie of minder frequente fouten moet de deur worden voorzien van een beveiligingsschakelaar als dit meer dan één keer per week gebeurt.


Waarom is een veiligheidsafstand tussen de binnenkant van een hek en een gevaar vereist?

Een hek voorkomt dat personen de gevarenzone betreden. Iemand kan echter zijn vingers (per ongeluk of opzettelijk) door de openingen in het hek steken. Vingers zijn ongeveer 120 mm lang. Daarom is de minimale afstand aan de binnenkant 120 mm. Als de maaswijdte een persoon in staat stelt om de wijsvinger samen met de duim naar binnen te steken, moet de afstand 200 mm zijn (zie EN ISO 13857).

Sommige deurschakelaars voorkomen dat de deur wordt geopend (zogenaamde veiligheidsvergrendelingsschakelaars). Wanneer zijn dergelijke schakelaars nodig?

Wanneer een deur wordt geopend tijdens het gebruik van de machine, kan het even duren voordat de machine volledig stopt. Als het risico bestaat dat personen tijdens de continue werking of beweging van de machine gevaarlijke bewegende delen bereiken, moet de deur worden vergrendeld. Wanneer veiligheidsvergrendelingsschakelaars zijn aangebracht, moet de operator eerst aan de machine "laten weten" dat hij wil binnenkomen (meestal door op een knop te drukken). De machine stopt dan en pas daarna wordt het deurslot ontgrendeld. Met deze extra veiligheidsmaatregel kunnen mensen na het openen van een deur geen bewegende delen bereiken.

 

Moeten toegangsdeuren in veiligheidshekken altijd naar buiten opengaan?

Dit is geen directe vereiste in algemene veiligheidsnormen of de machinerichtlijn. Maar de norm EN 528 voor railgebonden stellingbedieningsapparatuur vereist dit wel. Ook in de bouw is dit een vereiste; deuren in vluchtwegen moeten altijd opengaan naar de veilige ruimte (over het algemeen is dat de buitenkant van een gevaarlijke omgeving of de buitenkant van een gebouw).

Bij machines moet deze beslissing deel uitmaken van de risicobeoordeling. Neem de volgende overwegingen in acht:

  • Is het mogelijk om in de machine of het systeem te lopen? Als een persoon in het omheinde gebied kan blijven, kan hij/zij daar gevaar lopen.
  • Zijn er permanente gevaren in het omheinde gebied of kan er een gevaar ontstaan terwijl een persoon binnen is? In veel gevallen kan dit niet volledig worden uitgesloten; zelfs wanneer machines zijn uitgeschakeld, kunnen onderhoudswerkzaamheden gevaar opleveren, waardoor een persoon het omheinde gebied snel moet verlaten.
  • Als de deuren in een veiligheidshek dus als vluchtdeuren kunnen worden beschouwd, moeten ze naar buiten openen. En nog belangrijker: Als de deur een veiligheidsvergrendeling heeft die openen voorkomt, moet er een zogenaamde "noodontgrendeling" zijn waarmee de deur op elk moment van binnenuit kan worden geopend.

Maar wat als er geen ruimte is om de deur naar buiten te laten openen? Dan moet er voldoende ruimte zijn in de gevarenzone om de deur veilig en snel naar binnen te openen. Zorg voor een vluchtroute van ten minste 650 mm breed (800 tot 1000 mm is beter). Als dat allemaal niet mogelijk is vanwege ruimtebeperkingen, moet u apparatuur installeren die een veilige detectie van personen in de gevarenzone mogelijk maakt. Deze apparatuur moet elk risico voorkomen wanneer personen in de gevarenzone worden gedetecteerd (drukgevoelige matten, laserscanners, enz.).


Moeten veiligheidshekken geaard zijn of aangesloten zijn op het veiligheidscircuit van de machine?

Ja, in de meeste gevallen is dat vereist vanaf september 2021, omdat veiligheidshekken worden beschouwd als "vreemde geleidende delen" van de machine (zie EN 60204-1 paragraaf 8). Alleen als de omheining zich op meer dan 2500 mm afstand van de stroomgeleidende delen in het omheinde gebied bevindt en als er geen elektrische kabels op of langs het hek lopen, is aarding mogelijk niet nodig.

Veelgestelde vragen aan de Safety Group

Heeft u vragen over machineveiligheid? Stel uw vragen hier!